Vanmorgen was ik met twee junior-ecologen van Arcadis op excursie in de stadsnatuur van Den Bosch. We zagen in korte tijd zoveel dat het bijna voelde als een stadsnatuursafari. Juist dit soort veldbezoeken zijn waardevol, omdat ecologische kennis niet alleen achter een bureau ontstaat, maar vooral buiten, in het gebied zelf. Het doel van deze ochtend was dan ook tweeledig: beter leren kijken naar de stad als biotoop voor biodiversiteit én scherper krijgen hoe je in de praktijk effectiever samenwerkt met uitvoerende partijen, zoals ecologische adviesbureaus, aannemers en de omgevingsdienst.
Een mooi voorbeeld dat we tegenkwamen was een parkeerplaats met grasklinkers. Zo’n maatregel wordt vaak in de eerste plaats toegepast om regenwater lokaal te laten infiltreren. Doorlatende verharding helpt bij kleine en middelgrote buien om water rechtstreeks in de bodem te laten zakken, waardoor het riool wordt ontlast en plasvorming afneemt. In veldstudies op parkeerterreinen leidde permeabele verharding bovendien tot een reductie van de afstroming van regenwater van ongeveer 50 tot 93 procent ten opzichte van traditionele verharding. Richtlijnen noemen daarnaast ook een duidelijke afname van zwevende stoffen in het afstromende water.


Maar het interessante is dat zo’n voorziening méér kan zijn dan alleen een watermaatregel. Waar in de open ruimtes gras en kruiden kunnen opkomen, ontstaat ook een klein stedelijk leefgebied. En juist die extra vegetatiestructuur doet ertoe: onderzoek naar kleinschalige vergroening in sterk verstedelijkte omgeving laat zien dat een grotere plantdiversiteit binnen drie jaar kan leiden tot een zevenvoudige toename van het aantal aangetroffen insectensoorten. Zo bezien is een parkeerplaats met grasklinkers niet alleen klimaatadaptief, maar ook natuurinclusief — mits het beheer erop is gericht om die ecologische meerwaarde daadwerkelijk ruimte te geven.
Dit blijft niet ongemerkt en zo zagen we op dezelfde parkeerplaats foeragerende konijnen, Huismus, Roodborst en Zwarte roodstaart (het mannetje hierboven op de foto). Later hoorden we van een van de mensen van de buitendienst van de gemeente waar het nest van de Zwarte roodstaart zou moeten zitten. En dat was vlakbij. Net als de Huismus heeft de Zwarte roodstaart zijn foerageergebied graag nabij het nest. Natuurinclusief ontwikkelen gaat dan ook niet alleen over het inbouwen van duurzame verblijven, maar ook over de inrichting van de groene uitenruimte…
We vervolgden onze weg en het duurde niet lang of we werden op een nieuwe mooie verrassing getrakteerd…



